Next generation in cycling
NL
NL

Kies jouw taal

Twee van onze drie AG Insurance – Soudal Quick-Step teams staan zaterdag aan de start van Classic Lorient Agglomeration - Ceratizit Trophy, alias GP Plouay.

Onze vijf eliterensters zullen, met een start in Plouay, maar liefst 15 gemeenten doorkruisen in Lorient Agglomeration over een afstand van 159,6 kilometer. Het parcours van deze 22e editie wordt gekenmerkt door 2286 hoogtemeters, met aan het einde 2 ronden over het 11,7 kilometer lange Plouay-circuit.

Het uitdagende parcours zal worden getrotseerd door Ashleigh Moolman Pasio met aan haar zijde Mireia Benito, Julia Borgström, Anya Louw en Ally Wollaston.

“Plouay is altijd een uitdagende koers die een mogelijkheid biedt voor elk type renster. Het is een lastig terrein maar het kan wel een tactische wedstrijd worden. Daarom kijk ik er ook heel hard naar uit. We hebben heel wat troeven binnen onze ploeg met Ashleigh en Ally maar ook vrijbuiters als Mireia, Julia en Anya kunnen hier hun slag slaan. Een echte klassieker binnen het vrouwenwielrennen waar ik enorm naar uit kijk!”, aldus ploegleidster van de eliterensters Jolien D’hoore.

De rensters van ons U19-team zullen in deze derde junioreneditie het hoofd bieden aan een parcours dat is opgebouwd uit 13 ronden in de straten van Plouay, met telkens een afstand van 6,3 kilometer en 1248 hoogtemeters. Aan de start zullen Laia Bosch, Ella Heremans, Nela Kankovska en Luca Vierstraete verschijnen.

Ploegleider van de junioren Christian Kos sprak als volgt: “Wat geteisterd door blessures en zieken starten we niet met een volledige ploeg, maar wel mooi om de kans te krijgen een gecombineerde wedstrijd met de elite te rijden. Dit sluit perfect aan bij de structuur zoals we hem voor ogen hebben; binnen de piramide stappen omhoog maken richting de World Tour. Luca heeft in Vresse niet alleen bewezen alleen te kunnen rijden, maar ook nog eens omhoog. Met Laia en Ella hebben we 2 andere sterke klimsters mee. Nela maakt de selectie compleet, met haar kracht zou ze lang mee moeten kunnen en gezamenlijk voor de podiumplekken strijden. Dit jaar is het een UCI 1.1, maar ik heb begrepen dat ze komend seizoen willen toetreden tot de Nations Cup.”